Home

GRENZEN AAN GEDRAG

   

                                 KWALITEITSFORMULIER

 

 

1. AAN:

Het bestuur, managementteam en directieberaad van Skipov.

 

Nr.:

 

2. DATUM:  23.09.2002

3. VAN:

 

Grenzen aan grensoverschrijdend gedrag en de gevolgen daarvan.

De werkgroep “Grenzen”:  

Kees Bressers

Paul van Luytelaar

Helma Muis

Ernest Rodigas

 

4. ONDERWERP:

 

 

 

5. SITUATIE:

Scholen krijgen in toenemende mate te maken met nieuwe gedrags- en leerproblemen en grensoverschrijdend gedrag van kinderen. Leerkrachten en ouders lopen tegen grenzen aan en gaan er soms overheen. De communicatie tussen ouders en school verloopt in deze situaties niet altijd goed. Het bestuur van Skipov heeft op vrijdag 29 maart 2002 met alle Skipov-directeuren gesproken over het toenemende aantal probleemsituaties rondom kinderen en hun ouders. In de bespreking is sprake van een vijftal probleemsituaties binnen Skipov. Voor alle directeuren is herkenbaar wat er geschetst wordt aan grensoverschrijdend en oncontroleerbaar gedrag van kinderen (en soms van ouders). Duidelijk ervaart men de ontwikkeling van deze problematiek als trendmatig toenemend, zowel in aantal als in heftigheid. Gevolg is toenemende spanning binnen de school, maar ook binnen de gezinnen. Oorzaken zoekt men o.m. in maatschappelijke ontwikkelingen, loyaliteit van ouders primair t.o.v. hun kind en niet zoals voorheen primair naar de school, het wedijveren met invloeden van televisie en omgeving, onmacht van ouders in het opvoedingsproces, onvoldoende kwaliteit van de onderlinge communicatie leerkracht-leerling-ouders, overgang naar een aangepaste onderwijsvorm, vluchtigheid van concentratie.

 

6. GEGEVENS:

Om te komen tot beleid en een protocol is deze werkgroep geformeerd.

 

De opdracht voor de werkgroep omvat:

het voorbereiden van beleid m.b.t. grenzen aangeven, contacten tussen school en ouders, oplossingen voor situaties waarin een leerling niet meer op de eigen school te handhaven zijn.

het voorbereiden van een protocol om genoemd beleid concreet uitvoerbaar te maken.

Een protocol dient de volgende onderdelen te bevatten:

visie op grenzen, normen en waarden

criteria voor toelating van kinderen: het aanname-beleid

de informatie over het aanname beleid in de schoolgids

procedure schorsing en verwijdering in de schoolgids

alle medewerkers bekendmaken met genoemde beleidsterreinen

schoolprocedures m.b.t. gedragsregels, conflictsituaties en registratie opstellen

het pestprotocol

het zorgsysteem van de school

dossiervorming

communicatietraining

procedures voor melding van (te verwachten) probleemsituaties aan het bestuur c.q. het

managementteam van Skipov

registratie van gesprekken en dossiervorming

 

7. OPLOSSING:

In de bijlage bij dit kwaliteitsformulier tracht de werkgroep de problematiek nader te duiden en wegen aan te geven hoe in preventieve zin probleemsituaties voorkomen kunnen worden, maar ook hoe in escalerend gedrag positief te blijven zoeken naar goede en aanvaarde oplossingen. 

Het totale pakket wordt ter bespreking aangeboden aan het bestuur, het managementteam

en het directieberaad. Vanuit deze besprekingen wordt een conceptprotocol geformuleerd.

Het conceptprotocol wordt daarna aangeboden aan de GMR en aan de schoolspecifieke

MR-en.

De directeuren implementeren het protocol op de eigen school en bewaken de uitvoering

van het protocol.

 

8. Behandeld door:

 

. Datum:

10. Afgehandeld:

 

Protocol Grenzen aan Gedrag.

Inleiding

Scholen krijgen in toenemende mate te maken met nieuwe gedrags- en leerproblemen en grensoverschrijdend gedrag van kinderen. Leerkrachten en ouders lopen tegen grenzen aan en gaan er soms overheen. De communicatie tussen ouders en school verloopt in deze situaties niet altijd goed. Het bestuur van Skipov heeft op vrijdag 29 maart 2002 met alle Skipov-directeuren gesproken over het toenemende aantal probleemsituaties rondom kinderen en hun ouders. In de bespreking is sprake van een vijftal probleemsituaties binnen Skipov. Voor alle directeuren is herkenbaar wat er geschetst wordt aan grensoverschrijdend en oncontroleerbaar gedrag van kinderen (en soms van ouders). Duidelijk ervaart men de ontwikkeling van deze problematiek als trendmatig toenemend, zowel in aantal als in heftigheid. Gevolg is toenemende spanning binnen de school, maar ook binnen de gezinnen. Oorzaken zoekt men o.m. in maatschappelijke ontwikkelingen, loyaliteit van ouders primair t.o.v. hun kind en niet zoals voorheen primair naar de school, het wedijveren met invloeden van televisie en omgeving, onmacht van ouders in het opvoedingsproces, onvoldoende kwaliteit van de onderlinge communicatie leerkracht-leerling-ouders, overgang naar een aangepaste onderwijsvorm, vluchtigheid van concentratie, kenmerken van leerkrachtgedrag van Skipov-medewerkers welke onvoldoende uitdaging bieden aan kinderen met verschillende ontwikkelingsbehoeften.

 Literatuur:

Reflexief jaargang 1, nr 2, juni 2002 “De nieuwe leerling”.

JSW jaargang 85, nr 10 “Ouders, tegenstanders of bondgenoten?”.

"Opvoeden doe je samen" van Cees de Wit, januari 2002 (uitgereikt april 2002).

"Ouders en school – school en ouders"; notitie Pettelaaroverleg d.d. 28 mei 2002 (verkrijgbaar via

Skipovkantoor).

noot:   Waar in dit protocol sprake is van ouders, worden bedoeld de verantwoordelijke ouder(s) / opvoeder(s) / verzorger(s) van leerlingen op Skipov-scholen.

Par. 1: Visie op grenzen, normen en waarden.

Leerlingen hebben behoefte aan en recht op een combinatie van een duidelijk door hen doorvoelde structuur in een warme, begrijpende relatie met de volwassenen in de school. Sommige kinderen hebben moeite met het accepteren van structuur en met het aangaan van relaties. Veel van hun handelen komt voort uit angst, zonder dat ze dat zelf in de gaten hebben. Van de leerkracht vraagt dit pedagogisch verantwoord handelen; handelen waarbij hoge eisen worden gesteld aan zelfbeheersing en professionaliteit. De school schept een klimaat, waarin kinderen zich veilig voelen en waar men respect voor elkaar heeft. Daarnaast creëert de school ruimte om verschillend te zijn. De school hanteert daarvoor een niet-stereotiepe benadering.

De grenzen aan gedrag worden bereikt in situaties waarin kinderen een bedreiging* vormen voor zichzelf of voor anderen, als de vertrouwensrelatie tussen ouders en school diepgaand verstoord is, als de problematiek de mogelijkheden van de leerkracht c.q. de school overstijgt.

Bedreiging* kan in dit kader gedefinieerd worden als: 

Elk handelen waardoor of elke situatie waarin:

kinderen zich fysiek dan wel psychisch onveilig voelen of dat ook daadwerkelijk zijn, en/of

ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen geblokkeerd worden, en/of

 het handelen van de leerkracht zozeer bemoeilijkt wordt dat deze het belang van de groep c.q.

individuen in de groep niet meer kan dienen.

 Par. 2: Het aannamebeleid.

Eenmaal een kind aangenomen op een school is de school verantwoordelijk voor een passend ontwikkelingsaanbod voor de leerling. Dit impliceert dat bij de aanname een afweging gemaakt wordt m.b.t. de ontwikkelingskansen van het aangemelde kind. Om m.b.t. de plaatsing van een kind een afgewogen oordeel te kunnen nemen dienen de volgende criteria meegewogen te worden. Godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht kunnen nooit een reden zijn om een leerling te weigeren. Ouders en leerlingen worden verondersteld de grondslag van de school te onderschrijven of te respecteren.

Op grond van de volgende criteria kan een aspirant-leerling worden toegelaten:

kinderen moeten de bij wet vastgestelde minimumleeftijd hebben.

het kind moet voldoen aan de volgende eisen·  

mobiliteit; zelfstandig bewegen met of zonder hulpmiddelen.

communicatie; in staat zijn zich uit te drukken door middel van taal.

leerbaarheid; in staat zijn kennis op te nemen en zich vaardigheden eigen te maken

 zelfredzaamheid; zichzelf aan- en uitkleden, zindelijk zijn.

ouders en kind conformeren zich aan het schoolbeleid.

het kind heeft geen zorgdossier dat begeleiding op onze school op voorhand onmogelijk verklaart.

het kind heeft geen zodanige beperking (fysiek dan wel psychisch-emotioneel) dat begeleiding op onze 

school op voorhand onmogelijk wordt verklaard.

ouders zijn verplicht alle relevante informatie te verstrekken.

ouders vullen het inschrijfformulier geheel en naar waarheid in en leveren dit ondertekend in.

 ouders kunnen de school niet dwingen speciale voorzieningen te treffen, ook al is er sprake van

 medische indicatie.

Het niet toelaten van een aspirant-leerling wordt met redenen schriftelijk aan de ouders/verzorgers bekend gemaakt, waarna aan het schoolbestuur een herzieningsbeslissing gevraagd kan worden.

Noot 1:

M.b.t. de aanname van "rugzakleerlingen" is het artikel met intakeprotocol in Praxisbulletin 1 van september 2002 aan te bevelen. Zie de bijlage.

Noot 2:

SBO "de Wissel" hanteert als school voor speciaal onderwijs meer eigen en specifieke criteria voor aanname, zoals vermeld in haar schoolgids.

Par. 3: Beleid m.b.t. Schorsing en verwijdering.

Binnen Skipov is beleid geformuleerd m.b.t. schorsing en verwijdering van leerlingen. Deze regeling ligt vast in het Handboek Skipov en ligt op school ter inzage. Schorsing is aan de orde wanneer de algemeen directeur of de schooldirectie bij ernstig wangedrag van een leerling onmiddellijk moet optreden en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing. Ernstig wangedrag van een leerling kan bijvoorbeeld zijn: mishandeling, diefstal of het herhaald negeren van een schoolregel.

Schorsing vindt in principe pas plaats nadat alle stappen in de relevante procedures zijn doorlopen. Zie de bijlage voor het stappenplan procedures.

Verwijdering is een maatregel bij een zodanig ernstige situatie dat de algemeen directeur concludeert dat de relatie tussen school en leerling (ouders/verzorgers) onherstelbaar verstoord is. Verwijdering is een eenzijdige handeling van de algemeen directeur, waarvoor geen instemming van de ouders nodig is. Wel dienen ouders naar behoren zowel mondeling als schriftelijk geïnformeerd te zijn en te worden. Bij schorsing / verwijdering worden zowel de inspectie als de leerplichtambtenaar in kennis gesteld. Ouders hebben het recht om tegen genomen beslissingen m.b.t. verwijdering bezwaar te maken. Van deze zaken vindt dossiervorming plaats.

Par. 4: Communicatie.

Door miscommunicatie in de dynamische driehoek kind - leerkracht - ouder komen elkaars boodschappen als onvolledige, verscheurde stukjes bij de ander aan. Men hakt daar meteen op in, waarna een vergelijkbare reactie volgt van de andere partij. Het is niet verwonderlijk dat men elkaar daardoor naar beneden haalt op de emotieschaal en uiteindelijk belandt op het niveau van woede, vertwijfeling, en iedereen zich slachtoffer voelt van de situatie. De leerling zit daar letterlijk klem tussen. Thuis wordt in negatieve zin over de leerkrachten gesproken en in een later stadium zelfs in negatieve zin over alles wat maar met school te maken heeft. Verhalen van andere kinderen worden ter bevestiging toegevoegd. Op school voelt hij zich niet gewaardeerd en sluit hij zich verder af van de leerkrachten, waaraan hij thuis uiting geeft door onvolledige en vertekende informatie over het werkelijke groepsgebeuren. Hierdoor weer ontstaat een verwijdering tussen leerling en leerkrachten, en toenemend onbegrip van de ouders over waar men op school in hemelsnaam mee bezig is. Men trekt onjuiste conclusies en helpt elkaar onbedoeld maar stelselmatig dieper het moeras in. Iedereen heeft zijn eigen realiteit en voelt zich tegelijkertijd in die eigen realiteit onbegrepen door de ander. Door steeds fanatieker de eigen realiteit te willen verdedigen daalt de affiniteit over en weer drastisch en is goede communicatie niet meer mogelijk. Een juiste interventie in een dergelijke situatie is het enige redmiddel om escalatie te voorkomen. Basis daarvoor is het opnieuw gaan bouwen aan ARC door elkaar de gelegenheid te bieden de eigen realiteit in een compleet verhaal aan de ander over te brengen. Als de ander die realiteit kan en wil bevestigen, is er een begin van wederzijds begrip. Dat wil niet zeggen dat er overeenstemming is, maar vaak is dat ook niet nodig. Het gaat er om de punten van gezamenlijkheid te vinden in het kijken naar en het omgaan met, in dit geval, de leerling. Dit impliceert zeer nadrukkelijk ook het zichtbaar maken van het handelen van de school t.a.v. de leerling. Daarvan profiteert de leerling maximaal. En wordt het beeld dat de ouders van de leerkrachten en de school hebben in positieve zin bijgesteld. Anderzijds hebben de leerkrachten meer inzicht en begrip in de situatie van de leerling en zijn ouders. Dat lukt alleen door elkaar te laten vertellen, te bevragen en te bevestigen. Uiteindelijk resultaat is dat er weer een vertrouwensbasis gelegd wordt.

De communicatietrainingen van Skipov door Fred Lenne bieden in dezen een zeer uitstekende basis voor alle medewerkers. Tijdens de trainingen kunnen de deelnemers zich d.m.v. praktijkvoorbeelden bewust worden van hun eigen handelen en dit verbeteren. Ook het skipov-beleid m.b.t. grenzen aan gedrag kan hierin behandeld worden.

In de communicatie zijn de volgende vijf stappen standaard:

1.      Stel de juiste vragen om te komen tot begrip.

2.      Bevestig de ander in wat die aangeeft.

3.      Bedenk samen met de ander oplossingen en laat mensen daarvoor zelfverantwoordelijkheid nemen.

4.      Handhaaf altijd een hoge mate van ARC (Affiniteit – Realiteit – Communicatie).

5.      Zorg ervoor dat de vragen beantwoord zijn, alvorens een nieuwe vraag te stellen.

Par. 5: Het pedagogisch klimaat.

Binnen de school worden expliciete afspraken gemaakt m.b.t. de manier waarop men met elkaar en zijn omgeving dient om te gaan.

Hiervoor zijn gedragsregels nodig m.b.t. machtsmisbruik, seksuele intimidatie, agressie en geweld. Zie volgende blad.

Gedragsregels t.a.v. schoolse situaties.                                       Onderbouw is groep 1 t/m 4.

Bovenbouw is groep 5 t/m 8.

v      Gedrag op school.

Het streven naar gelijkwaardigheid binnen de school houdt in dat verbale en non-verbale intimidatie niet wordt getolereerd. Elke school hanteert een of andere vorm van pest-preventie en –correctie binnen het eigen pestprotocol.

v      Knuffelen / op schoot nemen.

In de onderbouw kan het voorkomen, dat leerlingen op schoot worden genomen. Dit gebeurt alleen wanneer leerlingen dit zelf als wenselijk c.q. gewenst aangeven. In de bovenbouw gebeurt dit niet meer.

v      Aan- en uitkleden.

In de onderbouw worden, indien nodig, kinderen geholpen met aan- en uitkleden. In de bovenbouw gebeurt dit niet meer.

v      Zwemmen.

Er wordt omgekleed in twee kleedlokalen, met in elk lokaal toezicht. De deur naar het zwembad wordt open gezet. Er is (ouder)begeleiding om het toezicht adequaat te kunnen regelen.

v      Gymnastieklessen.

Bij het omkleden voor en na de gymles houdt de leerkracht toezicht met inachtneming van de algemeen geldende uitgangspunten. Hierbij geldt dat de leerkracht niet nadrukkelijk aanwezig dient te zijn. Vanaf groep 5 wordt er gescheiden omgekleed. De deur naar de gymzaal c.q. de gang wordt open gezet, nadat de eerste leerlingen zich omgekleed vertonen. Onderbouwkinderen worden zonodig geholpen.

v      Leerlingen thuis uitnodigen.

Kinderen worden niet alleen bij een leerkracht thuis uitgenodigd. Wanneer een groep leerlingen de leerkracht bezoekt, gebeurt dit alleen met instemming van de ouders.

v      Eén-op-één situaties.

Wanneer kinderen moeten nablijven, blijft de deur van het lokaal open of wordt er voor gezorgd dat iemand binnen kan kijken of binnen kan lopen. Wanneer kinderen individuele begeleiding nodig hebben, worden de ouders hiervan altijd op de hoogte gebracht.

v      Schoolkampen.

Op schoolkampen bestaat de leiding uit mannelijke en vrouwelijke begeleiders. Tijdens de schoolkampen gelden dezelfde gedragsregels als in de schoolsituatie. De jongens en meisjes slapen gescheiden. In groep 8 wordt tijdens de lessen seksuele voorlichting in algemene zin gesproken over seksuele intimidatie.

v      Bespreken van onacceptabel gedrag.

Kinderen die gedrag vertonen dat als onacceptabel wordt ervaren, worden hierop aangesproken. Onacceptabel gedrag van leerkrachten wordt individueel met de betrokkene besproken. Dit gebeurt door de directie of door de externe vertrouwenspersoon.

v      Het onderwijsprogramma.

In het onderwijsprogramma wordt het voorkomen van en het omgaan met (seksuele) intimidatie in meerdere onderdelen als een te behandelen onderwerp opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn catecheseprojecten en het project "Opkomen voor jezelf zonder anderen te kwetsen". Ook het pestprotocol speelt hier een belangrijke rol.

v      Informatie aan ouders.

De informatie aan ouders geschiedt via de schoolgids.

 Zorgvuldig handelen bij conflicten.

Sommige kinderen hebben moeite met het accepteren van structuur en met het aangaan van relaties. Veel van hun handelen komt voort uit angst, zonder dat ze dat zelf in de gaten hebben.

Ø      Welke leerlingen:

Leerlingen met gedragsstoornissen. Dit zijn de kinderen met van binnen opborrelende niet door hen zelf te beheersen driftbuien, welke zich grillig en onvoorspelbaar uiten. Bijv. autistiform gedrag.

Leerlingen met gedragsproblemen. Dit zijn de kinderen die in sociaal opzicht angstig zijn, zich niet assertief kunnen opstellen en zich langzaam laten voeren tot extreem agressief gedrag. Bijv. ADHD-gedrag of macho-gedrag.

Ø      Het gebruik van machtsmiddelen:

Machtsmiddelen, zoals slaan met handen of voorwerpen worden door leerlingen ervaren als aantasting van hun lichamelijke integriteit. Het is buitengewoon slecht voorbeeldgedrag en dient te allen tijde vermeden te worden. Op onze school is het gebruik van machtsmiddelen in deze zin absoluut niet toegestaan. Een leerkracht stapt uit de situatie voordat het hier bedoelde zich zou kunnen voordoen.

Ø      Het aangaan van conflicten:

Als zich een conflictueuze situatie aandient, gaan wij als leerkrachten een conflict alleen aan vanuit een 'coole' verhouding volwassene – kind. Als een leerkracht zich opgefokt voelt of over-emotieel, ga hij/zij zeker geen conflict aan met een fysieke component. Het is beter zich dan terug te trekken. Als we zien dat dit een collega overkomt, grijpen we collegiaal in. Dit betekent praktisch dat we mogelijkerwijs even ons 'verlies' nemen en er later op terug komen.

Ø      Het voorkomen van een machtsstrijd:

Een machtsstrijd ontstaat vaak tijdens een conflict in een groep met een leerling; dit kan zich zowel in het groepslokaal als op het schoolplein voordoen. Het verloop is onvoorspelbaar en gaat vrijwel altijd ten koste van een toekomstige relatie. In deze situatie nemen we de leerling apart om een individueel gesprek te voeren. Zonodig wordt dit gesprek later gevoerd, eventueel met een collega.

Ø      Het eisen van een correcte houding van de leerling:

We eisen een correcte houding van de leerling tegenover onszelf, onze collega's en de medeleerlingen. Wij accepteren onder geen beding verbale en fysieke agressie naar medeleerlingen. We accepteren ook geen bijnamen of scheldnamen. We corrigeren uiterst consequent. Zolang een correcte houding niet realiseerbaar is, onthouden we ons van pogingen om een gesprek aan te gaan.

Ø      Het gebruik van een fysieke aanpak:

Lichamelijk ingrijpen doen we in uiterste noodzaak, alleen als een leerling voor zichzelf of voor zijn omgeving een gevaar vormt. Een fysieke aanpak bestaat uit bewuste lichamelijke handelingen, dus niet uit handelingen die uitgelegd kunnen worden als agressie. Het doel is de leerling en zijn omgeving te beschermen, veiligheid te bieden. In veel gevallen bereiken we dit het beste door met meerdere mensen tegelijk in te grijpen, in ieder geval door te zorgen dat er iemand bij komt. Hierbij kan een beroep gedaan worden op: de directeur, de adjunct-directeur, de intern begeleider, de conciërge, collega's. In deze situaties gaan we geen discussie aan, maar trachten we zowel fysiek als verbaal zo neutraal mogelijk te reageren. Indien een leerling verwijderd dient te worden uit de groep of uit een situatie, gebeurt dit bij voorkeur niet door de eigen leerkracht, maar door de ingeroepen assistentie. De leerling mag met zachte drang beet gepakt worden ter verwijdering uit de situatie. We zorgen ervoor dat deze leerling in een aparte ruimte wordt gebracht, zonder dat er een kans bestaat om het gebouw te verlaten. Toezicht is dus een vereiste.

Ø      Het melden van een conflict:

Een conflict met fysiek ingrijpen wordt altijd gemeld. Hiervoor is het bijbehorende formulier "Incidentmelding" te gebruiken. Dit formulier wordt ingediend bij de schoolleiding, die samen met de leerkracht bepaalt door wie en wanneer de ouders worden geïnformeerd. Vanuit dit formulier kan een gesprek tussen de ouders en de leerkracht (zonodig met iemand van de schoolleiding) leiden tot adviezen over en weer, oplossingsstrategieën, evaluatie en bezinning. Voor formulier zie de bijlage.

Het pedagogisch handelingsplan.

In het zorgsyteem van de school worden de diverse zorgniveaus duidelijk en expliciet geformuleerd. Op basis hiervan worden handelingsplannen opgesteld; dit in samen-spraak met de ouders. Het pedagogisch handelingsplan vraagt meer overleg en afstemming met de ouders dan het didaktisch handelingsplan. In het pedagogisch handelingsplan wordt de gedragsproblematiek geanalyseerd, bij voorkeur door een externe deskundige (afhankelijk van de aard van de problemen, maar in elk geval in een vroegtijdig stadium). Vervolgens wordt de speciale begeleiding ingevuld en uitgevoerd binnen een vooraf bepaald tijdsbestek, waarna evaluatie door alle betrokkenen de mogelijkheden voor het vervolg aangeeft.

Noot:

Zie bijlage voor de zmok-criteria.

Par. 6: Dossiervorming.

Vanaf het moment dat een kind geplaatst wordt op school wordt een begin gemaakt met dossiervorming. In een intake-gesprek wordt de beginsituatie van het kind besproken met de ouders. Dit kan in de vorm van een eigen schoolformulier, maar ook bijvoorbeeld via het entreegesprek vanuit Horeb. Van elke leerling wordt een dossiermap aangelegd met daarin de ingevulde registratieormulieren van oudergesprekken, leerlingbesprekingen, schoolvorderingen, toetsgegevens etc.

Elke medewerker van de school is verplicht om van inhoudelijk oudergesprekken een verslagformulier op te maken, dit met de ouders door te nemen, te laten ondertekenen door alle betrokkenen en het toe te voegen aan het dossier. Een "mildere tussenvorm" is de volgende strategie. De school stelt een verslagformulier op, stuurt dit binnen een week naar de ouders met het verzoek het verslag zorgvuldig door te lezen en daarop binnen een week te reageren. In de begeleidende brief staat wat er met dit verslagformulier gebeurt. Voor welke vorm men kiest is vooral afhankelijk van de communicatievaardigheid van de betrokken skipov-medewerker(s). Het ter plekke en onmiddellijk laten ondertekenen van formulieren vraagt een hoge mate van communicatievaardigheid. Het verdient wel en zeer nadrukkelijk de voorkeur om, na de reactietijd van een week, toch het formulier te laten ondertekenen. Desgewenst wordt aan de ouders een kopie overhandigd. Zonodig biedt Interne Begeleiding ondersteuning. De schoolleiding ontvangt van elk formulier een kopie en bepaalt of een interventie op school-niveau danwel bestuursniveau gewenst c.q. noodzakelijk is. De directeur is gehouden van elk dreigend conflict onmiddellijk melding te doen aan de Algemeen Directeur van Skipov met een kort chronologisch overzicht van de ontwikkeling van kind en situatie op de school. Voor verslagformulier oudergesprek zie bijlage.

In gevallen van schoolverzuim (gepland of ongepland) in probleemsituaties wordt te allen tijde de leerplichtambtenaar van de Gemeente Veghel geïnformeerd. Deze kan in gesprekken met school en/of  ouders een extra impuls tot verbetering van de situatie geven.

Tot slot.

Goede communicatie en het zichtbaar maken van ieders handelen in probleemsituaties draagt fundamenteel bij aan wederzijds begrip. Een leerkracht en een schoolleider kunnen zich nog zo inspannen om een situatie op te lossen, maar als dat niet gecommuniceerd wordt naar alle betrokkenen zal het effect minimaal blijven. Besef dat vooral in dit soort situaties het zichtbaar maken van oplossingsgericht handelen energie levert voor alle betrokkenen om ook hun aandeel te leveren. Het leidt tot gezamenlijk en verantwoordelijk zoeken naar een weg uit de ongewenste probleemsituatie. Niemand wil zich in de nesten werken, ook al lijkt het daar soms op. Onmacht kan mensen echter de verkeerde weg wijzen.

Verslagformulier incidentmelding

Alleen te gebruiken door de school in geval van conflictbehandeling; zie pag. 8 van het protocol.

Datum:                   Tijd:

 

 

Leerkracht: 

 

Naam leerling:

 

Groep:

 

Korte omschrijving van de situatie:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omschrijving van het leerkrachthandelen:

 

 

 

 

 

 

 

Wie is vanuit het team te hulp geroepen:

 

 

Wat was zijn/haar aandeel in de situatie:

 

 

 

 

Schoolleiding geïnformeerd:

 

o ja; op

 

o nee, want

 

 

Ouders geïnformeerd:

 

o ja; op

 

o nee, want

 

 

 

 

Nabespreking met:

o ouders

o schoolleiding

o collega

o externe deskundige

Handtekening school:

 

 

Handtekening ouders:

Besluiten en afspraken vanuit de nabespreking:

 

 

 

 

Verslagformulier oudergesprek

 

 

Datum gesprek:

 

 

Leerkracht:

 

Naam leerling:

 

 

Groep:

 

 

Volgnummer formulier:

 

 

Doel van het gesprek:

 

 

Gegevens m.b.t. de situatie:

 

 

Gesprekspunten:

 

 

Afspraken:

 

 

 

Vervolgacties:

 

 

 

 

 

 

Extra bespreking met:

o interne leerlingbegeleiding

o schoolleiding

o collega

o externe deskundige

o …………………………..

Handtekening school:

 

 

Handtekening ouders:

 

 

Vervolggesprek?

o ja, op:

 

o nee

 

Bijlage: Zmok criteria.

Een leerling is toelaatbaar tot cluster 4 als:

-   een psychische stoornis/ontwikkelingspsychopathologie op basis van de DSM IV of ICD 10 is vastgesteld en daarbinnen stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie gediagnosticeerd worden, die betrekking hebben op emotionele stoornissen en/of gedragsstoornissen, en/of specifieke ontwikkelingsstoornissen; en

-   er een ernstige sociaal-emotionele en/of gedragsproblematiek is met een integraal karakter, die aantoonbaar optreedt in de schoolsituatie en daarbij of in de thuissituatie of bij de vrijetijdsbesteding; en

-   er gerichte hulpverlening verleend wordt/is door een voorziening van de jeugdzorg, d.w.z. Jeugdhulpverlening, Jeugd-GGZ en/of hulp van een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugbescherming; en

-   er een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie is omdat de leerling door de sociaal-emotionele problematiek niet voldoet aan de algemene leervoorwaarden met betrekking tot het gedrag voor regulier onderwijs met inbegrip van de zorgstructuur zoals bedoeld in paragraaf 1  of dat het kind een bedreiging is voor zichzelf of voor anderen zoals bedoeld in paragraaf 2; en

-   er is aangetoond dat de beschikbare zorg vanuit de zorgstructuur van het regulier onderwijs en de vanuit de zorgsector niet toereikend is.

Paragraaf 1

Er is sprake van ontbrekende algemene leervoorwaarden in verband met het gedrag wanneer er ernstige tekortkomingen zijn op het gebied van werkhouding, zelfstandigheid, taalgerichtheid, aandacht, motivatie en instructiegevoeligheid of wanneer er ernstige problemen zijn met de leerkracht, of er is ernstig storend gedrag t.a.v. het onderwijsleerproces van medeleerlingen. Het gedragsprobleem is gedurende een jaar manifest, beperkt zich niet tot een bepaalde situatie, wordt weinig of niet beïnvloed door op de problemen gerichte aanpak en afspraken en is niet te verklaren uit omstandigheden uit de omgeving van het kind, waaronder een socio-etnische achtergrond.

Paragraaf 2

De leerling is een gevaar voor zichzelf of voor anderen wanneer er sprake is van zelfverwondend of suïcidaal gedrag, ernstige depressie, extreem fysiek agressief of extreem verbaal agressief gedrag. Het gedragsprobleem is gedurende langere tijdmanifest, beperkt zich niet tot een bepaalde situatie, wordt weinig of niet beïnvloed door op de problemen gerichte aanpak en afspraken en is niet te verklaren uit omstandigheden uit de omgeving van het kind, waaronder een socio-etnische achtergrond.

Bijlage: Over de intake van kinderen met bijzondere kenmerken (bijv. de rugzakleerling).

Hier wordt bijgevoegd het artikel uit Praxisbulletin 1, september 2002. Het artikel

behandelt het vraagstuk van de intake van een zgn. rugzakleerling nu de behandeling

van de leerlinggebonden financiering nog niet in de Eerste Kamer heeft plaatsgevonden.

Bijlage: Voorbeeldbrieven.

AAN:                De ouders van __________

                        ______________________

                        ______________________

BETREFT:      Schoolkeuze voor uw zoon/dochter __________

 

Veghel, __________

 

Geachte ouders,

   

Onlangs heeft __________, directeur van de school __________, ons geïnformeerd over de onhoudbare situatie van uw __________ op de school.

Opvang binnen de groep werd niet meer verantwoord geacht. Momenteel verblijft __________ thuis, op advies van _________.

De directeur heeft u dringend  geadviseerd om een andere school te kiezen.

We begrijpen dat het voor u als ouders een zeer moeilijke situatie is.

 

Namens het bevoegd gezag van SKIPOV bieden we u aan om u te ondersteunen bij het zoeken naar een school die bij __________ past en die in staat is om de specifiek hulp te bieden die __________ nodig heeft.

De directeur van de school heeft u gewezen op de klachtenprocedure van SKIPOV.

Mochten we in deze situatie iets voor u kunnen betekenen, dan verzoeken we u contact op te nemen met ondergetekende.

We wensen u veel sterkte in het nemen van de juiste beslissingen voor __________.

Hopende u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd,

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Voorzitter Raad van Beheer

   
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Aan de ouders van     _______________

_______________

_______________

 

 

Veghel, ____________.

 

 

Geachte ouders,

 

 

Gezien de steeds moeilijker wordende situatie van uw _________ in groep _____ op onze school zie ik me genoodzaakt u dringend te verzoeken voor  _______op zoek te gaan naar een andere school. Via ons hebt u daartoe al in een eerder stadium informatie ontvangen over de andere scholen van Skipov in de gemeente Veghel en over "de Rungraaf", een speciale school in Eindhoven voor kinderen met omgangsproblemen.

 

Het spijt ons werkelijk dat ondanks alle inspanningen ______ tijdens momenten van ernstige gedragsproblemen en storend gedrag in de groep voor de leerkrachten niet meer te benaderen is. Daarmee is een onhoudbare situatie voor de gehele groep aan de orde van de dag. Wij begrijpen de achtergrond van de problematiek. Dat betekent tegelijkertijd dat we ons realiseren dat opvang en begeleiding van _______ helaas niet langer binnen onze werkelijke mogelijkheden liggen. Wij begrijpen tevens het probleem waarmee u nu wordt geconfronteerd. Echter, gezien de vele overlegmomenten in dit lopende schooljaar mag het duidelijk zijn dat alles is gedaan om deze stap te voorkomen en dat de reeds eerder bereikte grenzen steeds verder overschreden worden. De impact van dit gedrag op leerkrachten en medeleerlingen is dermate groot, dat deze situatie niet langer te tolereren valt. Binnen de school zie ik ook geen andere opvangmogelijkheden die aansluiten bij de hulpvraag van _____.

 

Zonodig zal het bestuur van Skipov overgaan tot de officiële procedure van schorsing c.q. verwijdering van ______. De Algemeen Directeur van Skipov, is op de hoogte van de strekking van dit schrijven. Beschouwt u dit schrijven als de start van de officiële procedure. Ik wil u wijzen op de door Skipov gehanteerde klachtenregeling. Deze wordt jaarlijks in de schoolgids vermeld. Als bijlage gelieve u een kopie hiervan aan te treffen. Tot het moment van overgang naar een andere school zullen we in onderling overleg moeten bepalen hoe noodopvang voor ______ is in te vullen.

 

 

Hoogachtend,

 

 

 

________________, directeur.

 

 

 

 

 

   
 

 

 

 

 

 

 

 

 


Aan de ouders van     _______________

_______________

_______________

 

 

Veghel, ___________.

 

 

Geachte ouders,

 

 

Gisteren heb ik met u gesproken over de noodopvang van _______ tijdens de periode dat er gezocht wordt naar een andere school voor hem/haar. Belangrijk punt voor ons is de bereikbaarheid van u als ouders tijdens schooltijd. In voorkomende gevallen kunnen we _____ dan naar huis sturen. Dit ter bescherming van hemzelf en van zijn omgeving. Graag beschik ik daarom over telefoonnummers waar ik u tijdens schooltijd kan bereiken.

 

Daarnaast meen ik, na extern advies, te moeten kiezen voor de optie om _____ niet langer in een groep op te vangen. Zoals al eerder toegepast, zal ______ daarom m.i.v. ___dag _________ a.s. gedurende de gehele week zijn/haar schoolwerk maken buiten de klas. Mocht u daar problemen mee hebben, dan is het ook mogelijk om ___________ met huiswerk thuis te houden.

 

 

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

 

____________, directeur.

 

Stappenplan m.b.t. de procedures schorsing en verwijdering.

 

   
 

 

 

 

 

 

           
   
   

SCHORSING:

1.      De schooldirecteur laat een melding uitgaan naar de Algemeen Directeur van Skipov (AD).

2.      De AD overlegt met leerling, ouders en groepsleerkracht op basis van een gedegen schooldossier.

3.      De AD schorst zonodig voor  een beperkte periode.

4.      De AD deelt besluit schriftelijk mede.

5.      De AD informeert de  Leerplichtambtenaar en de Onderwijsinspectie.

6.      De leerling blijft thuis met bijv.

 

 

 
 

VERWIJDERING:

1.      De schooldirecteur laat een melding uitgaan naar de Algemeen Directeur van Skipov (AD).

2.      De AD overlegt met leerling, ouders en groepsleerkracht op basis van een gedegen schooldossier.

3.      De AD voorinformeert de Leerplichtambtenaar.

4.      De AD zoekt een andere school die de leerling wil toelaten. Correspondentie met andere scholen wordt vastgelegd.

5.      De AD verwijdert de leerling als punt 4 na 8 weken geen succes heeft.

6.      De AD deelt het besluit met redenen en bezwaarregeling schriftelijk mede aan de ouders.

7.      De AD informeert de Onderwijsinspectie en de Leerplichtambtenaar.

8.      Een bezwaar wordt binnen vier weken behandeld, de ouders gehoord hebbende.

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 




 

Bladeren